Elk
land heeft zijn eigen gewoonten en beperkingen,
zijn eigen
verordeningen en enkele afwijkende verkeersvoorschriften.
Het is van grootste
belang dat je, voordat je op reis gaat, goed geïnformeerd
bent over eventuele afwijkende verkeersregels.
In het handboek van de ANWB, jaarlijks gratis beschikbaar
voor leden, kunnen deze afwijkende regels terug gevonden
worden.
|
 |
Enkele
voorbeelden ... |
 |
In veel landen heeft
al het verkeer dat van rechts komt, dus ook het
langzame verkeer, voorrang. |
|
|
 |
In Oostenrijk,
Griekenland en Slowakije moet in de auto een
verbandtrommel aanwezig zijn. |
|
|
 |
In Noorwegen, Zweden
en Finland moet men overdag, het hele jaar door, met
licht rijden. |
|
|
 |
De belangrijkste
regel in het berg- en pasverkeer is: stijgend
verkeer heeft voorrang. |
|
|
 |
Een veel voorkomend
verkeersbord in de bergen is het bord met vermelding
van het hellingspercentage: een helling van 15% wil
zeggen dat men over horizontaal 100 meter 15 meter
stijgt of daalt. |
|
|
 |
In Italië en Spanje
moeten bestuurders en andere inzittende die met pech
langs de weg staan een waarschuwingshesje
(reflectievest) dragen.
Op het negeren van de regel
staat een fikse boete. |
|
|
|
|
|
|
|